Arsenaal

 
 
 
terug naar
Vestingstad
De vestingwal wordt rond 1590 aangelegd over een voormalige weg, waarlangs vooral aan de zuidzijde huisjes hadden gestaan. Het terrein aan de noordzijde werd voor landbouw gebruikt. In 1596 verzoekt de weduwe Wouter Aertsz om taxatie van de schade aan haar erf, gelegen ten zuiden van de kerk, tussen de koepoort en de teen van de molen. Dit als gevolg van de aanleg van wal en gracht. Het gebied blijft onbebouwd en wordt in1697, in verband met de voorziene militaire versterking, door de Staten van Holland aangekocht van Elisabeth van Dam en van Hendrik van Gessel. De bouw van het Arsenaal en de kruitkelders laat echter nog 150 jaar op zich wachten. De kadasterkaart van 1832 geeft het gebied dan ook aan als militair terrein. Wel blijft de Molenweg of Molensteegh toegankelijk. Voor de percelen ten oosten van de kerk wordt de zuidgrens aanvankelijk aangeduid als Achtersteegh, later als 't Pleijn. Hier liggen de achtererven van de huizen aan de Landpoortstraat. Voor de eigenaren hiervan wordt naar de tabellen op Landpoortstraat Zuid verwezen. Opmerkelijk is dat op de kaart van 'van Deventer' een molen staat getekend nabij de landpoort. Dit moet de rosmolen zijn waar in1580 (dat is vóór de vestingaanleg) sprake van is bij een verkoop van een naastliggend erf. De verpondingenlijst van 1600 vermeldt een 'rosmolen metten wijntmolen en het huijs'. Die oude rosmolen is dus naar binnen de wal verplaatst en de windmolen is uiteraard hoog op de nieuwe wal gezet, iets ten noorden van de plaats van de huidige molen..

Arsenaal

deze serie betreft de periode
1580 tot 1730

(nadien is het militair terrein)