Toelichting

Deze site presenteert het verloop van eigenaren van alle percelen binnen de vesting Woudrichem in de periode tussen de aanleg van de vestingwallen rond 1590 en de instelling van het kadaster in 1832. Ik heb ervoor gekozen om niet de geschiedenis per perceel te presenteren maar per serie percelen langs de straat. Zo'n serie staat genoteerd in kolommen naast elkaar, steeds gescheiden door een smalle kolom. De tekst staat gecentreerd in de perceelkolom en kan dus overlopen in de smalle zijvakken. Het verloop van de jaartallen is in verticale richting uitgezet met twee jaar per regel. Elke serie wordt weergegeven als tabel die door de volgende serie deels wordt overlapt. Bij het openen van een tabel wordt slechts een deel op het scherm afgebeeld. Met de schuiven onder en naast de tabel kunnen de overige tabeldelen worden gelezen. Voor een beter overzicht van het geheel kan via beeld>uitzoomen>75% (of kleiner) meer van de tabel in beeld worden gebracht. De leesbaarheid neemt daardoor af. Vergeet daarna niet terug te zetten naar 100%.

Een aantal series naast elkaar vormt één zijde van de straat. Daarbij wordt de volgorde van de percelen aangehouden alsof men midden op straat staat en richting de huizen kijkt. Op kerkstraat westzijde is dus het zuiden links en het noorden rechts. Voor kerkstraat oost is dat net andersom. De plattegronden zijn noord georiënteerd, zodat sommige plaatjes in vergelijk met de tabel op zijn kop of op zijn kant staan. De tabel laat zich lezen zoals uit bijgaande beschrijving van onderstaand voorbeeld. Dit is een fragment uit omstreeks 1700 van drie erven aan de zuidzijde van de molenstraat, (oost is links, west is rechts). Een pijl geeft het buurperceel aan dat in de acte genoemd wordt. De afkorting 'verk a' betekent verkoopt aan.


De vette gedrukte namen zijn gegevens uit de verpondingen van 1689. Jan Lamberts is een Van der Hart. Zijn huis wordt verkocht aan Francijna, die het huis ernaast al bezit. (Van Nestelroeij is blijkbaar een verouderd gegeven: die verkoop is niet gevonden.) Ze sluit een lening met als waarborg twee huizen met als belendingen: west Otten, oost (valt buiten het fragment) en zuid vdGiessen. Het perceel loopt dus niet door tot de Bagijnestraat in het zuiden. De wed Giessen, (Gielen zal wel een schrijffout zijn), als belending gegeven van het perceel ten oosten, zit dan waarschijnlijk alleen langs dat zuidelijke perceel. Want het huis waar Francien woonde, (die is dus kennelijk inmiddels overleden), wordt pas verkocht in 1707 aan Hanegraaff. En erfgenaam Lambert Jans Brant, waarschijnlijk naar Jan Lamberts vernoemd, verkoopt het andere perceel aan Jan de Vroe. Cornelis van der Giessen zit nog steeds aan de zuidzijde van beide percelen.

De meeste gegevens zijn ontleend aan transacties, zoals die staan beschreven in notariële acten of in schepenregisters, waarbij huizen, erven of bijgebouwen werden verkocht. Daarin staan de namen van de verkoper en de koper van het perceel. Als locatie van het perceel wordt de straat en de andere belendingen genoemd, meestal de straat aan de voorzijde, een achterstraat of perceel aan de andere zijde en dan de buur-eigenaren ter weerszijden. In de situatie van Woudrichem, waar de meeste straten min of meer west-oost of zuid-noord lopen, is de aanduiding vaak: ‘ten oosten, ten westen, ten zuiden en ten noorden. Ook bij acten van hypotheek of lening werd als waarborg vaak een huis en erf op dezelfde wijze beschreven.

Omdat pas na 1810 huisnummers werden gebruikt, is voordien de bovengenoemde beschrijving de enig bepaling van de locatie van een perceel. Weet men de buurman aan een zijde en ook de buurman van die buurman en zo verder tot de hoek van de straat, dan is een rijtje percelen geïdentificeerd. Helaas zijn de schepenboeken van voor 1670 verloren gegaan en wisselingen van eigenaar blijken niet altijd geregistreerd. Soms ontbreken enkele gegevens in de acte. Alles overziende is een soort legpuzzle ontstaan waar her en der meerdere stukken ontbreken. Soms moeten grote tijdsspannen worden overbrugd. Tenslotte werden percelen vaak gesplitst of een enkele maal samengevoegd, waardoor het rijtje met namen wordt verstoord. De belasting op onroerend goed, destijds verponding geheten, in 1600 vermeldt 120 namen, die in 1732 vermeldt 175 namen en het kadaster in 1832 vermeldt 214 items. Het aantal percelen is in die 230 jaar dus bijna verdubbeld. De reconstructie bleek daarom alleen mogelijk door het geheel in ruimte en tijd in zijn verband te zetten. Vandaar ook de keuze om in deze website series te presenteren.

In sommige jaren worden de perceeleigenaren in een bepaalde volgorde genoemd. Deze ordening is niet alfabetisch of zo, maar volgt een vaste route langs de huizen, de route van de verpondinggaarder (zie kaartje bij 'Introductie'). Omdat enkele percelen vrij van belasting waren is de lijst nooit volledig, maar wel zeer informatief. Zo'n lijst wordt ook gebruikt als, na de inval van de Franse legers in 1672, Holland zijn verdediging weer op orde moet krijgen. Dat was in 1674 als een groot garnizoen cavalerie wordt ingekwartierd. Bijna elk huis krijgt drie ruiters en drie paarden te “logeren”. Vervolgens wordt in 1676 gecontroleerd of de brandveiligheid afdoende is. Elk huis dient een voorgeschreven aantal brandemmers in huis te hebben. De lijst met brandemmers volgt de looproute, maar mogelijk staan hier soms huurders in plaats van eigenaren op.
In 1733 moet de stad afdracht doen aan de Staten van Holland voor belasting op uitsluitend gebouwen, geen uitgezonderd. Er wordt een lijst opgesteld analoog aan de verpondingen met dien verstande dat erven waarop geen gebouw stond werden overgeslagen. Deze lijst met namen werd op volgorde genummerd, van 1 tot 130, (alleen de stad). Bij huisverkopen nadien wordt vaak naar deze verpondingnummers verwezen. Maar dit kan uiteraard niet altijd want er missen (175 - 130) = 45 (lege) erven. Bovendien ontstaan door het afsplitsen van achtererven nieuwe ongenummerde percelen. Vandaar dat in 1810 voor de grondbelasting een nieuwe huisnummering wordt gebruikt. Ook deze lijkt een looproute te volgen, maar anders dan voorheen en deze gaat nu ook door de achterstraten (die voorheen ontbraken). Diezelfde nummering wordt gebruikt in 1814 om de schade aan huizen te melden als gevolg van het beleg van Gorkum. Omdat deze opgave die nieuwe looproute volgt, bleek het mogelijk om ook die route en huisnummering te reconstrueren.

In de gepresenteerde tabellen zijn de namen uit die naamlijsten vet gedrukt. Dat geldt voor de verpondingen van 1600, 1604, 1611, 1619, 1689, 1720, 1725, 1732 , 1733, 1772 en 1773. Evenzo die uit de genoemde aanleidingen van 1674 en 1676 en 1814 en voor de kadastrale gegevens van 1832. Als referentie is voor de lokatie, zowel op de plattegronden als boven de series, het hedendaags huisnummer aangegeven. De ligging van deze panden.stemt echter in veel gevallen niet meer overeen met de perceelvormen uit 1832.

terug naar
Vestingstad